Publicatie: zorgvisie.nl

Buurtzorg-directeur Jos de Blok heeft geen politieke ambities. Toch zit hij sinds kort in het bestuur van de nieuwe politieke partij Zorgend Nederland. ‘Als professionals echt zeggenschap krijgen over hun werk, krijg je betere, duurzamere en doelmatigere uitkomsten.’

Een paar maanden geleden werd Jos de Blok, directeur Buurtzorg Nederland, benaderd door de initiators van Zorgend Nederland, een nieuwe politieke partij. Aanleiding was de corona crisis, waarin zorgverleners hadden laten zien tot welke prestaties ze in staat zijn als ze maar de ruimte en het vertrouwen krijgen. ‘Zorgverleners moeten nu van hun zorgorganisaties vaak dingen doen waarvan ze zich afvragen of dat wel zo moet. En de zaken die ze echt belangrijk vinden, daar komen ze niet aan toe.’

Systeemwereld van wetten en regels

De oorzaak is volgens De Blok dat beleidsmakers, politici, toezichthouders en zorgbestuurders onvoldoende uitgaan van de wereld van vakmensen. ‘Ze maken vanuit hun systeemwereld ingewikkelde structuren met wetten en regels. Daardoor is er geen ruimte voor het vakmanschap van de mensen die het echte werk doen. Die hebben daar echt last van. Dat speelt niet alleen in de zorg, maar ook in het onderwijs en bij de politie.’

Passende zorg

Een concreet voorbeeld is volgens De Blok het probleem van de stijgende zorguitgaven. De NZa en het Zorginstituut willen die beheersen met de inzet op ‘passende zorg’. Passende zorg moet het leidende principe worden voor de bekostiging, de zorginkoop, het pakketbeheer en de risicoverevening. ‘De NZa en het Zorginstituut komen top-down met een systeemoplossing. In mijn ogen is dat meer van hetzelfde. Je gaat van het ene systeem naar het andere.’

Managers en top-down strategie

Het management van zorgaanbieders versterkt in de ogen van De Blok de systeemaanpak. ‘Managers gaan met het nieuwe overheidsbeleid een strategie ontwikkelen. Ze sturen die top-down de organisatie in. Ze vertellen zorgverleners wat ze moeten doen. Voor de vakkennis van zorgverleners is er dan geen ruimte meer.’

Vakkennis ontbreekt

De kern van het probleem is dat er onvoldoende vakkennis is onder beleidsmakers het ministerie van VWS, bij zorgverzekeraars, toezichthouders en zorgaanbieders, stelt De Blok. ‘Je komt in die wereld nauwelijks artsen en verpleegkundigen tegen. Het zijn allemaal juristen, economen of bedrijfskundigen. Ze missen inhoudelijke vakkennis. Er is echt een enorme kloof tussen de systeemwereld van de beleidsmakers en de leefwereld van professionals en burgers.’

Ambtenaren rouleren

Elders in de wereld doen ze dat volgens De Blok beter. ‘In Singapore kom ik op het ministerie van Volksgezondheid artsen en verpleegkundigen. Vakkennis is daar een voorwaarde voor ambtenaren. Bij ons rouleren ze zonder vakkennis van het ene naar het andere ministerie. De hele wereld gaat kijken waarom het onderwijs in Finland zulke goede uitkomsten heeft. Dat komt doordat de leraren en onderwijzers hoogopgeleid zijn en het voor het zeggen hebben. Er is daar geen Onderwijsinspectie.’

Zeggenschap professionals

Het moet fundamenteel anders in de zorg, het onderwijs, de politie en andere dienstbare beroepen. De vakmensen moeten echt zeggenschap krijgen. De Blok: ‘Vraag aan zorgprofessionals wat zij goede zorg vinden. En vraag vervolgens wat ze daarvoor nodig hebben. Dan komen ze met betere en doelmatigere oplossingen dan de beleidsmakers.’

Maar gaat u niet te veel uit van goed vertrouwen in zorgprofessionals? Is het risico op misbruik dan niet groot? De Blok: ‘Misbruik in de zorg komt meestal door zorgorganisaties, niet door zorgprofessionals. Het zijn de belangen van zorgorganisaties die leiden tot misbruik. Ik ga ervan uit dat de meeste mensen deugen en dat zorgverleners handelen vanuit hun beroepsethiek. Natuurlijk moeten zorgprofessionals verantwoording afleggen. Ze moeten elkaar bevragen op de inhoud van hun vak. Dat moet je niet overlaten aan toezichthouders. De huidige inspecties van toezichthouders zijn papieren exercities waar professionals weinig aan hebben.’

Ook in het onderwijs moeten de leraren en de onderwijzers zeggenschap krijgen en bij de politie de agenten. ‘Ik sprak gisteren een wijkagent. Die weet wat hij moet doen om problemen in de wijk te voorkomen. Maar door het top-down-beleid komt hij daar onvoldoende aan toe. Zo wordt de wijk juist onveiliger. Als professionals in de zorg, onderwijs en bij de politie zeggenschap krijgen over hun werk, krijg je betere en duurzamere oplossingen. Ze voelen zich eigenaar van hun werk, want ze hebben de oplossingen zelf bedacht.’

Netwerkorganisaties

Als professionals het echt voor het zeggen krijgen, zal dat grote gevolgen hebben voor de wijze waarop de zorg, het onderwijs en de politie zijn georganiseerd. De toezichthouders in die sectoren krijgen een veel bescheidenere rol. Ook organisaties in de zorg en het onderwijs zullen een veel eenvoudigere structuur krijgen, verwacht De Blok. ‘Je ziet in de hele wereld een ontwikkeling naar netwerkorganisaties, waarin professionals zeggenschap hebben. Die zullen de norm worden. Als je in het onderwijs bij het opzetten van een school het belang van scholieren centraal staat en niet de belangen van het instituut school, krijg je een veel simpelere organisatiestructuur.’

Maar gaat de zoveelste splinterpartij in de politiek daar iets aan veranderen? De Blok: ‘We zijn geen splinterpartij. We mikken op de miljoenen aan professionals die werken in de zorg, onderwijs, politie en andere dienstbare beroepen. Wij willen dat er op de stoelen in de Tweede Kamer verpleegkundigen, onderwijzers en agenten zitten. Zij kunnen in de politieke arena vertellen hoe het er in de praktijk aan toe gaat. De huidige politici begrijpen dat niet. Ze staan vaak op zenden en praten veel. De politiek heeft behoefte aan mensen die luisteren naar hoe de dingen echt in elkaar zitten in de leefwereld van burgers en professionals.’

Gaat u zelf in de Kamer zitten? De Blok (schaterlachend): ‘Als het een daverend succes wordt, moet ik het wel overwegen. Zonder gekheid, we hebben nog geen kandidatenlijst. Die gaan we de komende weken bekijken. Bij onze partij draait het niet om personen en ego’s.’